Selecteer een pagina
Friday 16 November 2018
Home » Paan

Paan

Paan (of Pan) wordt in Zuidoost Azië gegeten – of liever gezegd op gekauwd – na de maaltijd als een soort reinigingsmiddel voor je gebit en adem-verfrisser. Daarna wordt Paan uitgespuugd. Met name in India wordt er heel veel Paan gekauwd. Vergelijkbaar met de hoeveelheden kauwgom die hier in het Westen worden geconsumeerd. Paan is het Hindi woord voor betelnoot. De Tamils in Zuid-India noemen het “Beeda”.
Maar Paan is meer, het gebruik is ook een wijdverspreid cultuurgoed. Paan wordt vaak aangeboden aan gasten en bezoekers als een teken van gastvrijheid. En Paan heeft ook een symbolische waarde bij culturele evenementen en ceremonies zoals bijvoorbeeld een huwelijk. Het gebruik van Paan is al eeuwenoud, een zorgvuldig bewaarde traditie. Het kauwen van Paan is ook een sociaal gebeuren en overal in India kom je dan ook Paan-shops of stalletjes tegen, waar groepjes mannen bijeen staan, druk pratend en kauwend op Paan.

Paan-shop: Van tevoren bereide Paan wordt
vers gehouden op een groot blok ijs

Wat is Paan? Paan is een blad wat driehoekig is dicht gevouwen en waarvan de vulling bestaat uit een kruidenmengsel (masala), die van streek tot streek varieert. Belangrijkste ingrediënt is de betelnoot. Het blad dat gebruikt wordt voor het maken van Paan is afkomstig van de “Betelpeper” een plant uit de familie van de Peperachtigen (Piperaceae). Het is een meerjarige, groenblijvende klimplant met halfverhoute stengels en met glanzende hartvormige bladeren. De bladeren hebben een lengte tussen de 7 en 15 cm. De Betelpeper is een kruid waarvan de bladeren medische eigenschappen hebben. Van origine komt de plant uit Maleisië, maar hij komt nu ook veelvuldig voor in India, Sri Lanka en Indonesië. De beste variëteit van de Betelpeper is de “Magahi” variant die wordt gekweekt bij Patna, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Bihar. Paanbladeren worden het liefst geplukt als ze nog jong zijn; ze zijn dan nog het meest sappig en smaken dan het best. Een Paanblad smaakt fris, enigszins naar kruidnagelen en peperig door de betelolie in het blad. Als je op het blad kauwt proef je Pepsine, een digestief enzym. Vandaar dat het gebruik van Paan de spijsvertering bevordert.

Er zijn drie verschillende typen Paan bladeren:

  • Kalkatta
  • Banarasi
  • Maggai

Kalkatta Paan is donker groen van kleur, vergeleken hiermee is Banarasi Paan lichter groen. Maggai Paan is er in zowel donker als licht groen, maar het blad is aanzienlijk kleiner dan die van de Kalkatta of Banarasi Paan. Van deze drie typen wordt Kalkatta Paan het meest gebruikt. Het dichtgevouwen Paanblad wordt bijeen gehouden door een tandenstokertje of door een kruidnagel er in vast te steken. Dit driehoekige pakketje heet een “Bidas”, degene die de Paan maakt (de Paan-verkoper) heet de “Paan Wallah” en een Paan-shop of stalletje heet “Paan Bhandar”. De meeste Paan-shops zijn 24 uur per dag geopend. Paan-shops zijn een onderdeel van de Indiase cultuur. De grootste concentratie Paan-shops kom je tegen op The Indian Paan Bazaar in Old Delhi. De bazaar telt meer dan 100 Paan-shops met meer dan vijftig variëteiten Paan.

Paan Masala

Paan Masala
De vulling van Paan is een mix van kruiden en specerijen, maar kan daarnaast ook nog fruit of zoetigheden bevatten, betelnoten en tabak. Paan is grof weg in te delen in 3 soorten:

  • Meetha Paan (of Mitha Paan of Sweet Paan) – Paan zonder betelnoten. De vulling bestaat hoofdzakelijk uit kokos, gekonfijte vruchtjes, zoetstoffen en een specerijmengsel. De Paan wordt dikwijls geserveerd met een Maraschino kers.
  • Sada Paan (of Paan Supari) – Paan met grof gemalen of fijn gehakte betelnoot en een mix van specerijen (Masala).
  • Tambaku Paan – Paan met zowel betelnoot als tabak en een mix van specerijen.

De Paan wordt gemaakt door het eerst ruimschoots te bestrijken met Catechu (“Kattha” genoemd in Hindi) en ongebluste kalk. Catechu is een rode vloeistof gemaakt van de Acacia catechu boom. Catechu versterkt de roodheid in de mond tijdens het kauwen op Paan. Hierop worden kleine stukjes betelnoot gestrooid en nog een mix van specerijen toegevoegd zoals cardamon, kruidnagel, saffraan, kokos, pepermuntballetjes, anijs, fennel, amandelpoeder, enzovoorts. Al naar gelang je eigen smaak. Vervolgens wordt het blad op een speciale manier dichtgevouwen tot een driehoekige vorm en vastgestoken met een kruidnagel of tandenstokertje. Van tevoren bereide Paan wordt vers gehouden op grote blokken ijs met rozenblaadjes.

Paanbladeren, ongebluste kalk (wit “papje”) en betelnoten

Het belangrijkste en populairste ingrediënt van Paan is de betelnoot (of Arekannoot). De betelnoot is het zaad van de betelpalm (Areca catechu), een rechtopstaande tot 15 meter hoge palm. De combinatie met ongebluste kalk versterkt het effect van de betelnoot, omdat de stof areciline wordt omgezet in arecaidine. De rode pasta die door vermenging is ontstaan, kleurt bij het kauwen het speeksel vuurrood. Bij aanhoudend gebruik verkleuren de tanden blijvend rood.
Betelnoot smaakt heel bitter. Om die reden worden diverse specerijen toegevoegd aan de Paan, om de bitterheid wat te verzachten.
Betelnoot heeft een licht euforische en opwekkende werking. Het gebruik van betelnoot gaat het hongergevoel tegen. Betelnoot stimuleert de bloedsomloop en aan betelnoot worden ook afrodiserende eigenschappen toegeschreven.
Gerekend over heel Zuidoost Azië consumeren zo’n 3 tot 4 honderd miljoen mensen betelnoot en dat is dus echt heel veel.

Landen (donkergroen) in Zuidoost Azië waar
het gebruik van betelnoten traditie is.

Paan werd “uitgevonden” door leerlingen van Ayurveda met de hulp van Dhanvantari duizenden jaren geleden. Ayurveda is een eeuwenoude hindoeïstische gezondheidsleer uit India. Lord Dhanvantari – Lord of Ayurvedic Healing – is degene die Ayurveda van de goden naar de mensen heeft gebracht.
De traditie van het kauwen van Paan werd populair gemaakt door Koningin Noorjehan, de moeder van koning Shahjehan, die de wereldberoemde Taj Mahal voor zijn overleden vrouw bouwde. In vroegere tijden gebruikten vrouwen natuurlijke stoffen voor make-up en cosmetica. Koningin Noorjehan ontdekt dat door toevoeging van enkele specifieke ingrediënten aan Paan het een mooie natuurlijke rode kleur aan de lippen gaf. Dus het kauwen van Paan zorgde voor mooie rode lippen.

Mooie rode lippen of niet, het gebruik van Paan in het huidige India is wellicht minder fraai. Werkelijk overal kom je rode vlekken tegen tengevolge van het uitspugen van Paan nadat men hierop uitgekauwd is. Op straat, op de stoep, op muren, overal waar Paan gegeten wordt. En geloof het maar Paan wordt echt overal gegeten. Een gemiddelde Paan-gebruiker kauwt circa 20 minuten op Paan en spuugt het daarna uit. Aangezien de regering – met name met het oog op de vele toeristen – deze onsmakelijke “ontsiering” tegen probeert te gaan, kom je in India tegenwoordig borden tegen, vooral op toeristische plaatsen, waarop staat dat het uitspugen van Paan verboden is.
Een andere reden – wellicht veel belangrijker reden – om te proberen het gebruik van Paan terug te brengen, is dat Paan bij veelvuldig gebruik verslavend werkt. De drogerende stoffen worden via de slijmvliezen in de mond opgenomen. Bovendien is het kauwen van betelnoten en tabak kankerverwekkend. Een ander nadeel van het kauwen van Paan is dat bij veelvuldig gebruik het gebit permanent rood gekleurd wordt, maar erger nog dat het tandvlees aangetast wordt en je tanden er op den duur vanuit vallen.

Spuugverbod voor Paan.